Auteur archieven: Rudi Holzhauer

Wordt alle reclame ontoelaatbaar?

Het is al weer even geleden dat de 2e druk van mijn Ontoelaatbare reclame verscheen (1994). Toen was (ook) dat reclamerecht nog redelijk behapbaar en in een monografie te beschrijven. Sindsdien zijn er tal van regels bijgekomen, zowel algemeen als voor allerlei specifieke producten en diensten, zowel nationaal als unierechtelijk. Het is een behoorlijk complex juridisch domein geworden.

Ik ben voor het hele gebied van IER altijd tamelijk bezinnend (en kritisch) geweest, voornamelijk vanuit een (theoretisch, wetenschappelijk) economisch en later ook filosofisch perspectief.

Een deel van ons vakgebied is nu vanuit een praktisch perspectief onder kritiek gesteld, en niet zo’n beetje. In het recent verschenen boek “Genoeg van reclame“, Over de ondermijnende invloed van marketing en reclame en wat we eraan kunnen doen …
Lees verder

Duurzaamheid en/of IE?

Charlotte de Nerée-Vrendenbarg en Nina Dorenbosch verzorgden op 7 december 2022 de Leiden Law Lunch over het thema Duurzaamheid & IE. Charlotte (Universiteit Leiden en plv. rb. Den Haag) sprak over duurzamere en socialere alternatieven voor opslag en vernietiging van inbreukmakende goederen. Wat is de potentiële rol van het recht op milieubescherming van art. 37 Handvest EU in de IE-procedure, en hoe kunnen advocaten en rechters bijdragen aan de verduurzaming van de IE-praktijk? Nina (IE advocaat Bird en Bird) had het over het fenomeen upcycling en de juridische hobbels die men daarbij kan tegenkomen. Upcycling wordt gezien als een stap op de weg naar verduurzaming in de mode-industrie, maar kan het fenomeen worden ingepast in het huidige IE systeem en zo ja, hoe? Hele interessante vragen die mij nog eens deden en doen nadenken over de ratio van veel IE.

Andere rollen voor IE? Andere rationales? Of gewoon minder IE?
Lees verder

Een kenmerkende lichaamshouding in het auteursrecht en in het merkenrecht – waar gaan we met IE naar toe?

In het auteursrecht bestaat het zgn. portretrecht. Je zou denken: een portret is een portret. Maar dat is niet zo. Ook een look-alike is iemands portret en ook een “kenmerkende lichaamshouding” is een portret. In het merkenrecht zien we een vergelijkbare uitbreiding. Met de vondst van de zgn. “niet-traditionele merken”, zoals het bewegingsmerk. Daarmee wordt een kenmerkende lichaamshouding ook mogelijk als merk. Zoals blijkt in het voorbeeld van Usain Bolt. Waarom gebeurt dit in het IE-recht? Wordt er over nagedacht? Is het wenselijk, of juist niet?

Lichaamstaal is afhankelijk van de situatie. Toch bestaat er ook een persoonlijke lichaamstaal. Uit de persoonlijke lichaamstaal van mensen lees je iets over hun karakter, hun afkomst en hun voorkeuren. Je kunt lichaamstaal beter leren begrijpen, maar soms hebben bepaalde houdingen, gebaren en gezichtsuitdrukkingen meer met de persoon in kwestie te maken. Pas als je de ander goed kent, kun je zijn lichaamstaal in de juiste verhouding zien.

Een kenmerkende lichaamshouding als “intellectuele eigendom” of als publiek domein?

Lees verder

Niet traditionele merken

Met het toenemende belang van internet en sociale media willen veel merken hun logo’s voorzien van animaties en visuele effecten. Hieronder zie je een voorbeeld van het logo van Echoic ontwerpstudio. Merkenrechtelijk is dat lastig, evenals voor tekens zoals kleuren, vormen, gebaren, geluiden en geuren. Dat heeft verschillende oorzaken: bij depot stelt het merkenrecht de eis van “grafische voorstelling”. In het Sieckman-arrest stelt het EU Hof van Justitie de eis dat die grafische weergave volledig, gemakkelijk, toegankelijk, begrijpelijk, duurzaam en objectief moet zijn. En dan geldt nog de algemene eis dat het relevante publiek het “teken” moet (kunnen) opvatten als merk. Voor kleuren en vormen geeft dat problemen: immers: alles heeft een kleur en een vorm, dus wanneer zie je daar wel of geen merk in?

Lees verder

Soms lijkt het helemaal niet zo op elkaar, maar mag het toch niet.

Ik blogde onlangs over het tegendeel. En ik zeg het nu nog maar een keer …. Het vaststellen van een IE-inbreuk is (bijna) nooit een vooraf uitgemaakte zaak. Dirk Visser schreef er “lang geleden” zijn oratie over. Het ABC van iedere IE-inbreuk. Een mooi analyserend overzichts”werk”. Lees hier maar in het kort en in zijn eigen woorden over die twee basis-emoties in het IE-recht: “vernieuwen is goed” en “nabootsen is slecht”.

In deze blog geef ik vier recente voorbeelden die “wel inbreuk” opleverden. Het is allemaal ook uit te leggen, maar vooraf evenzeer lastig in te schatten. De voorbeelden kwam ik tegen in het ABC-tje 45 van Abcor juni 2022. Precies de andere kant op dus. Precies wat het merkinbreuk-probleem typeert. De voorbeelden gaan over een streep van Puma, de Barbie-pop, het VW-busje en de naam van John Lennon. Bij alle vier vraag ik me dan op voorhand af of het iconische karakter zo langzamerhand niet zou moeten leiden tot een “verval in het publiek domein”. Bij Nijntje pleitte ik daar eerder ook al voor. Merkenrechtelijk bestaat dat (nog) niet. Komt nog wel …..

Lees verder

Vraagtekens bij het octrooirecht?

Onlangs zette ik vraagtekens bij de huidige werking van ons auteursrecht. Je kunt je afvragen of het wel “werkt” zoals het ooit bedoeld was, dan wel dat het een soort averechts recht is geworden. Een publicatie in NRC van 22 juli j.l. zette me weer eens aan het denken over de werking van ons octrooirecht. In deze blog zeg ik iets over de voorgeschiedenis van mijn bedenkingen, en over de actualiteit in NRC.

Vraagtekens bij het octrooirecht

In het NRC van 22 juli j.l. zet Joost Smiers (emeritus HKU) het octrooirecht aan de kant voor de farmaceutische industrie. Dat was voor mij extra interessant omdat ik in het verleden nu juist voor deze industrietak wellicht nog een rechtvaardiging vond voor het octrooirecht. Vooral (rechts)economisch onderzoek leerde mij het nut van het octrooirecht voor andere industrietakken verregaand in twijfel te trekken.

Deze blog gaat op beide aspecten in. Eerst Joost Smiers. Dan de meer algemene overwegingen..

Lees verder