Het onderwerp van de tafelrede op het IE-diner van 30 januari 2020 was “het einde van de intellectuele schepping”. In haar rede schetst Berber Brouwer een toekomstperspectief voor het auteursrecht. Dat auteursrecht lijkt toch niet weggelegd voor resultaten van AI-programma’s (een algoritme of anderszins) of –apparaten.

Het onderwerp AI en auteursrecht is in 2019 meerdere malen aan de orde gesteld. Ik maak een keuze (al was het maar voor mijn auteursrecht).

Begin 2019 – Kees Berendsen wijst op artikel 6 Auteurswet.

Dat artikel zegt, dat wanneer een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, deze wordt beschouwd als de maker van dat werk. De kunstenaars en/of de programmeur zijn dan het creatieve brein, de ontwerpers achter de software. Maar ja, z ij hebben wel een kunstwerk gemaakt waarover zij geen directe zeggenschap hadden. Dat de wetgever aan zet is om de Auteurswet aan te passen aan het tijdperk van de AI mag duidelijk zijn.

Maart 2019 – Douwe Linders: Hoe kunstmatige intelligentie het auteursrecht overbodig maakt.

Dat is een stellige titel. Linders motiveert als volgt: De gedachte achter het auteursrecht is dat de auteur moet worden beschermd en beloond. Daardoor wordt het maatschappelijk belang gediend dat mensen gestimuleerd moeten worden creatieve werken te maken. Zo is het schrijven van een boek een zeer arbeidsintensief proces. De schrijver heeft daarom een bepaalde periode nodig om zijn creatie te gelde te maken, ook om hem te stimuleren om te blijven creëren. Voor kunstmatige intelligentie geldt dit niet. Een robot zal geen jaren bezig zijn met het schrijven van een boek. Het kost een krachtige computer maar een paar minuten om een boek te schrijven.

Ook is voorstelbaar dat een robot voor iedereen op verzoek een perfect gepersonaliseerd boek zal schrijven. Het beschermen van het werk met auteursrechten is dan helemaal niet nodig. De robot hoeft niet meerdere exemplaren van hetzelfde boek te verkopen. Hij kan telkens een nieuw boek schrijven. Boekenschrijvende robots zullen ook nooit auteursrechtinbreuk plegen indien zij dat niet aanleren. Zij hebben dus helemaal geen auteursrecht nodig. En als ze geheel zelfstandig opereren staan er ook geen mensen aan de knoppen die deze bescherming wel nodig hebben.

September 2019 – AIPPI

Het onderwerp stond in september 2019 op de agenda van het jaarlijkse congres van de internationale auteursrechtenvereniging AIPPI.  Er werd unaniem besloten dat bescherming van auteursrechten van werk dat louter is gegenereerd door AI, onwenselijk is. Immers: er moet menselijke tussenkomst zijn en de originaliteit van het werk moet daar een duidelijk resultaat van zijn.

Als je dus software maakt die zelf werken tot stand kan brengen, is dat volgens het AIPPI onvoldoende voor het claimen van auteursrechten. Maar als er bijvoorbeeld door de mens nog is geselecteerd in de resultaten, en die resultaten leiden tot een origineel eindresultaat, dan kan er wel bescherming van auteursrechten zijn.

Januari 2020 – AIrecht schrijft over computer generated works

Een dier, een algoritme, een AI met een neuraal netwerk en een robot zijn niet menselijk en kwalificeren om die reden in juridische zin niet als maker in de zin van bestaande auteurswetgeving. Ook zijn het geen rechtssubjecten maar (slechts) rechtsobjecten. Dat volgt zowel uit artikel 1 van de Berner Conventie, de Auteursrechtrichtlijn, artikel 4 van de Auteurswet, artikel 3 van de Softwarerichtlijn, als uit rechtspraak van het Europees Hof van Justitie (Infopaq II – arrest). Het is voorstelbaar dat relevante wetgeving omtrent machine made works zal worden aangepast, op het moment dat daar maatschappelijk draagvlak voor is, of economische noodzaak. Met name waar het gaat om het vereiste van menselijk makerschap inzake computer generated works.

AI & IE

AI en algoritmes spelen natuurlijk niet alleen voor het auteursrecht een rol. Algoritmes kunnen overal voor worden ingezet: het schrijven van teksten, het maken van ontwerpen (incl. van vormen, namen e.a.), uitvoeringen, de samenstelling van databanken, merk-creatie etc. “AI wordt allang ingezet door farmaceuten om nieuwe toepassingen voor medicijnen te vinden. Die bevindingen worden nu, kort door de bocht, uitgespuugd door een computer. Is er dan nog wel sprake van inventiviteit zoals in het traditionele octrooirecht?” Aldus Martin Hemmer. Wat voor uitvindingen geldt, geldt ook voor rassen. “De bottom line is dat AI een steeds grotere rol krijgt bij de totstandkoming van werken en uitvindingen”, concludeert Hemmer. “De discussie die daarbij de komende decennia gevoerd gaat worden in de rechtszaal is of er voldoende menselijke inbreng is geweest.” In Deel 2 en 3 van mijn blogs over AI & IE ga ik wat dieper in op het onderzoek van Hemmer en anderen.

Tot besluit

Om terug te keren naar de tafelrede van Berber Brouwer op 30 januari 2020. Ik knip drie passages los, met een kort commentaar.

“Als niet de mens hier de schepper is, maar het algoritme, kan er dan überhaupt nog worden gesproken over auteursrecht”.

Maker en auteursrechthebbende hoeven natuurlijk niet dezelfde te zijn. Dat is wel vaker niet zo. Er is niet zoveel voor nodig om de eigenaar van het AI-programma of –apparaat tot auteursrechthebbende te maken. Moet je wel even wettelijk regelen … De auteursrechthebbende hoeft in ieder geval helemaal geen ”mens” te zijn. Ook een rechtspersoon kan dat immers zijn. Het gaat dan ook veelmeer om het begrip “maker”. Tot nu toe moet dat een “natuurlijk of rechts-persoon” zijn (en niet bijvoorbeeld een aap, of het toeval, of een algoritme).

“In veel definities is “kunst” een bewuste creatie, waarbij bewustzijn is voorbehouden aan de mens.”

Ook dat raakt niet echt de kern van het auteursrecht, maar misschien wel de kern van “kunst”. Voor auteursrecht leveren we nu juist dat er helemaal geen sprake hoeft te zijn van een bewuste ontstane vormgeving of van een coherentie creatie (de Hoge Raad in het arrest over de Endstra tapes).

“Misschien moeten we toegeven dat we in het auteursrecht als sinds de uitvinding van internet achter de feiten aanlopen. Het najagen van vergoedingen voor steeds nieuwe verdienmodellen is als dweilen met de kraan open.”

Dat ben ik helemaal met Berber eens. Het internet werd vanaf het begin door traditionele auteursrecht-vertegenwoordigers al gezien als “één grote illegale kopieermachine”. Egbert Dommering sprak begin jaren 90 van de vorige eeuw al van een “electronisch vergiet” waardoor het auteursrecht zou kunnen verdwijnen. Op economisch inhoudelijke gronden heb ik zelf overigens ooit de stelling verdedigt dat Nederland gebaat zou zijn met een Vereniging tegen Auteursrecht. De achterliggende ratio is dan dat auteursrecht in veel situaties meer blokkeert dan stimuleert. Iemand als Joost Smiers was nog dwarser dan ik. Maar de auteursrechtlobby is sterk. Misschien is er AI voor nodig om haar buiten het spel te zetten.

Deze blog is geschreven naar aanleiding van een tafelrede. Zoals gezegd – in mijn volgende 2 blogs ga ik in op “echt” onderzoek naar het onderwerp AI & IE. En meteen maar naar meer redenen om afstand te nemen of te doen van het auteursrecht.

Bronnen: