In onze ondernemings rechtelijke procespraktijk komen wij regelmatig in aanraking met geschillen tussen aandeelhouders binnen een BV, waarbij de aandelen 50/50 zijn verdeeld. Partijen zijn dan aangewezen op een overeengekomen geschillenregeling, de wet en op elkaar.

Natuurlijk is het zo dat iedere ondernemingsrecht advocaat zijn of haar cliënt voorafgaand aan de oprichting van een BV adviseert om een aandeelhoudersovereenkomst te tekenen. In de praktijk merken we echter toch vaak dat een aandeelhoudersovereenkomst met een goede geschillenregeling ontbreekt. De aandeelhouders zijn dan bij een structureel conflict aangewezen op de wettelijke bepalingen van de geschillenregeling (artikel 2:335 t/m 2:343 BW) en het recht van enquête (artikel 2: 344 t/m 2:359 BW).

Deze procedures kunnen uiteraard leiden tot een voorlopige of permanente oplossing voor nagenoeg ieder structureel probleem tussen aandeelhouders, maar het nadeel van deze procedures is dat zij doorgaans lang duren, zeer kostbaar zijn en ook niet altijd tot het voor de onderneming gewenste resultaat leiden.

Hoe het ook zij; indien zich de situatie voordoet dat er een structureel aandeelhoudersgeschil is ontstaan, dan geldt dat de betrokken cliënten zich doorgaans niet of onvoldoende realiseren dat alle betrokken partijen – en zeker de betrokken onderneming – gebaat zijn bij een snelle en constructieve oplossing. Indien de betrokken aandeelouders dit wel inzien, dan leert de ervaring dat de aandeelhouders het zelf lastig vinden om een eerste stap in de richting van een oplossing te zetten, omdat botsende karakters en uiteenlopende visies van de aandeelhouders er juist toe hebben geleid dat het vertrouwen over en weer is beschadigd. Daarnaast is ook de zogenaamde gunfactor op het moment van een aandeelhoudersconflict vaak tot onder het nulpunt gedaald, zodat het conflict vaak uitsluitend middels tussenkomst van adviseurs c.q. advocaten kan worden opgelost.

Oplossing

Het is onze ervaring dat vervolgens tussen advocaten eindeloze discussies kunnen worden gevoerd over het proces dat door partijen zou moeten worden gevolgd om tot een oplossing te kunnen komen. Een dergelijke vertraging kan worden voorkomen, indien de advocaten van beide aandeelhouders bereid zijn om hun cliënten te adviseren dat partijen gezamenlijk het navolgende 5-stappenplan zullen volgen.

Daarbij is het belangrijk dat beide aandeelhouders het 5-stappenplan vooraf voor akkoord ondertekenen en zich jegens elkaar (eventueel op straffe van een boete) verbinden om het stappenplan ook daadwerkelijk na te komen. Daarnaast dienen de aandeelhouders vooraf in te stemmen met de derde persoon die bij stap 3 van het Stappenplan dient te worden benoemd.

Stap 1 – Partijen stellen vast dat de vennootschap enige waarde vertegenwoordigt.

Partijen dienen het erover eens te zijn dat er sprake is van een structureel conflict en dat de vennootschap een bepaalde waarde vertegenwoordigt. Indien dat laatste niet het geval is, dan dienen de activiteiten van de vennootschap te worden gestaakt en zullen de aandeelhouders gezamenlijk een vereffenaar moeten benoemen.

Stap 2 – Het vaststellen van de 3 mogelijke oplossingen.

Nadat is vastgesteld dat de vennootschap een bepaalde waarde vertegenwoordigt, dienen de aandeelhouders het erover eens te zijn dat het belang van de vennootschap en de belangen van de aandeelhouders uitsluitend kunnen worden gediend, indien één van de navolgende drie scenario’s c.q. oplossingen wordt gerealiseerd:

a. Aandeelhouder A zet de vennootschap zelfstandig voort; of
b. Aandeelhouder B zet de vennootschap zelfstandig voort; of
c. De vennootschap wordt door aandeelhouder A en aandeelhouder B aan een derde verkocht.

De advocaten van aandeelhouder A en aandeelhouder B dienen eerst met hun eigen cliënt na te gaan welke mogelijke oplossing voor de vennootschap het beste scenario zou zijn en welke voor- en nadelen ieder afzonderlijk scenario voor de vennootschap en de aandeelhouders zal hebben. Daarna moet door beide aandeelhouders een voorkeur worden uitgesproken voor oplossing a, oplossing b of oplossing c.

Stap 3 – Een keuze voor de uit te voeren oplossing.

Indien beide aandeelhouders kiezen voor dezelfde oplossing, kan stap 3 worden overgeslagen en kunnen de aandeelhouders de gezamenlijk gekozen oplossing conform stap 4 en stap 5 nader uitwerken.

Indien beide aandeelhouders kiezen voor 2 verschillende oplossingen, dan zullen partijen gezamenlijk een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld een notaris) moeten benoemen die een keuze zal maken tussen de 2 overgebleven mogelijke oplossingen. De aandeelhouders zullen daarbij aan deze derde bij het maken van zijn keuze de opdracht geven om het belang van de vennootschap voorop te stellen.

Mochten beide aandeelhouders de vennootschap willen voortzetten en één van de aandeelhouders maakt bezwaar maken tegen het benoemen van een derde (die bepaalt welke oplossing uiteindelijk wordt gekozen), dan is een alternatieve oplossing dat dan beide aandeelhouders in een gesloten envelop bij een notaris een bot uitbrengen op alle geplaatste aandelen in het kapitaal van de vennootschap en dat degene die het hoogste bod uitbrengt de vennootschap vervolgens zal voortzetten. In dit laatste geval geldt dat bij stap 4 de door partijen aangewezen derde uitsluitend nog de aanvullende voorwaarden en condities zal bepalen waaronder de vennootschap door de koper zal worden voorgezet.

Stap 4 – Het vaststellen van de waarde van de aandelen.

Nadat is vastgesteld door wie de onderneming van de vennootschap wordt voortgezet, geven partijen opdracht aan dezelfde onafhankelijke derde om de waarde van de vennootschap c.q. de uitkoopsom van de aandelen vast te stellen en te bepalen op welke wijze en onder welke voorwaarden de vastgestelde koopsom door de koper van de aandelen zal dienen te worden voldaan.

Stap 5 – Partijen tekenen een vaststellingsovereenkomst.

Tot slot dienen partijen de over en weer gemaakte afspraken ter zake van de verkoop van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap vast te leggen in een vaststellingsovereenkomst en elkaar finale kwijting te verlenen.

Al met al leert onze ervaring leert dat indien aandeelhouders op voorhand overeenstemming bereiken over de inhoud van het 5-stappenplan en de persoon van de onafhankelijke derde (zoals bedoeld bij stap 3), partijen doorgaans wel degelijk tot een snelle oplossing komen van ieder aandeelhoudersconflict.

De betrokken aandeelhouder zelf zal bij het horen van het voorstel om het 5-stappenplan te volgen echter veelal zijn bedenkingen hebben en het nog steeds lastig vinden om gezamenlijk met de andere aandeelhouder (met wie hij een conflict heeft) daarmee akkoord te gaan. Wij zullen bereid zijn om onze cliënt/aandeelhouder dan een zetje in de goede richting te geven en hem te adviseren om deze weg te volgen. Het zou naar onze mening het belang van alle betrokken partijen dienen, indien ook andere advocaten daartoe in de toekomst bereid zijn.