De exploitatie van software kan natuurlijk op vele verschillende manieren plaatsvinden. Het gebeurt dan ook regelmatig dat aandeelhouders en/of bestuurders van een gezamenlijke BV daarover een verschil van inzicht hebben.

Indien partijen er vervolgens maar niet in slagen om het verschil van inzicht te overbruggen, dan is het een overweging waard om te bezien of het voor een cliënt wel noodzakelijk is om een kostbare juridische procedure te voeren.

Een alternatieve route zou immers kunnen zijn om het gebruiksrecht dat aan de BV is verleend om de auteursrechten op de software te exploiteren namens een rechthebbende/aandeelhouder op te zeggen.

De aandeelhouder als auteursrechthebbende op de software

Indien er sprake is van een auteursrechtelijk beschermde software, dan ontstaat het auteursrecht erop op het moment van creatie van het werk. De vraag die zich vervolgens opdringt is of de gezamenlijke BV van de aandeelhouders of wellicht één van de aandeelhouders zelfstandig auteursrechthebbende is gebleven op de software.

Uitgangspunt in de Auteurswet is dat de maker van een werk als auteursrechthebbende daarvan wordt aangemerkt. Het is derhalve heeft goed mogelijk dat als een aandeelhouder ook de feitelijke maker van software is, dat deze aandeelhouder en niet de gezamenlijke BV de auteursrechthebbende is.

In dat geval kan de aandeelhouder/rechthebbende zich op het standpunt stellen dat het de gezamenlijke BV – na opzegging van de mondelinge licentieovereenkomst – niet meer is toegestaan om het betreffende werk te exploiteren.

Uitzonderingen?

Bij dergelijke casus moet wel nog worden nagegaan of er geen sprake is van een uitzondering op basis waarvan niet de feitelijke maker/aandeelhouder, maar de gezamenlijke BV rechthebbende is op de auteursrechtelijk beschermde software. Daarbij zijn doorgaans de navolgende 3 scenario’s mogelijk.

  • De software is vervaardigd door de aandeelhouder in opdracht van de BV;
  • De software is vervaardigd door een aandeelhouder als werknemers van de BV ; en/of
  • De software is als eerste namens de aandeelhouder of de BV in de openbaarheid gebracht.

De aandeelhouder als opdrachtnemer

Indien een aandeelhouder als opdrachtnemer van de gezamenlijke BV de opdracht heeft gekregen om software te vervaardigen, dan hangt het van de concrete omstandigheden van het geval af wie als auteursrechthebbende daarvan wordt aangemerkt: de aandeelhouder/opdrachtnemer of de gezamenlijke BV/opdrachtgever.

Indien een aandeelhouder een standaard opdracht ontvangt van de gezamenlijke BV en de opdrachtnemer/aandeelhouder de software ontwerpt, dan blijven de auteursrechten op de software bij de opdrachtnemer/aandeelhouder rusten. Dit is slechts anders indien:

  • kan worden volgehouden dat de opdrachtgever / BV de schepper is van de grondgedachte van het betreffende werk is; of
  • de opdrachtgever van plan is de software naar een model te vervaardigen en vervolgens te verhandelen.

De aandeelhouder als werknemer

Indien de software is vervaardigd door een aandeelhouder die tevens een arbeidsovereenkomst heeft met de gezamenlijke BV en de aandeelhouder geestelijk vader is van de software, dan is normaal gesproken krachtens artikel 7 Auteurswet toch de gezamenlijke BV – zijnde de werkgever – de auteursrechthebbende op de software.

Dit is anders indien de aandeelhouder/werknemer niet is aangenomen om ontwerp werkzaamheden te verrichten, maar bijvoorbeeld algehele managementwerkzaamheden te verrichten.

De aandeelhouder heeft het werk als eerste openbaar gemaakt

Om te bezien of een aandeelhouder of juist de gezamenlijke BV als auteursrechthebbende op software dient te worden aangemerkt, dient nog te worden nagegaan of de aandeelhouder of de BV op grond van artikel 8 Auteurswet als maker aangemerkt moet worden.

In dit artikel is bepaald dat indien de betreffende software  als eerste als afkomstig van de aandeelhouder of de gezamenlijke BV – zonder vermelding van de natuurlijke persoon als maker- openbaar is gemaakt, die betreffende rechtspersoon als zijde de fictieve maker het auteursrecht op de software toekomt.

Conclusie:

Een aandeelhoudersconflict en auteursrechten op software. Er zijn niet veel cliënten die het verband onderkennen op het moment dat zij bij ons op kantoor binnen komen. Toch is het belangrijk om te bezien op welke wijze de rechtsverhouding tussen de gezamenlijke BV en een aandeelhouder / maker van software is geregeld.

Het is immers zo dat mogelijke lastige juridische procedure tussen aandeelhouders kan worden omzeild, indien het mogelijk blijkt te zijn om het gebruiksrecht van de software door de gezamenlijke BV te beëindigen.

Mocht u vragen hebben over uw casus betreffende bijvoorbeeld de auteursrechten op software, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

E: donk@thelegalgroup.nl
T: +31 (0)20 – 379 23 21