Twee DJ’s, één naam: wie heeft het sterkste recht op ‘Rossi’?
In een recent kort geding bij de Rechtbank Amsterdam stond een klassiek IE-conflict centraal: twee DJ’s die (varianten van) dezelfde naam gebruiken. Wie mag die naam nou eigenlijk voeren in de Benelux?
Feiten in een notendop
Aan de ene kant stond een Nederlandse DJ die sinds de jaren ’90 optreedt onder de naam ‘DJ Rossi’ en aan de andere kant een Britse DJ die internationaal actief is onder de naam ‘Rossi.’. Beide zijn actief in de elektronische muziek en treden allebei op in Nederland.
De Nederlandse DJ had in 2022 het Benelux-woordmerk ‘DJ ROSSI’ geregistreerd en vorderde een verbod op het gebruik van ‘Rossi.’ door de Britse DJ en zijn boekingskantoor.
Merkrecht versus oudere rechten
De kern van het geschil ligt in de verhouding tussen een jonger merkrecht en mogelijk oudere rechten. Hoewel een merkhouder zich in beginsel kan verzetten tegen gebruik van een overeenstemmend teken, geldt een belangrijke uitzondering: een derde met oudere rechten van plaatselijke betekenis (zoals een handelsnaam) kan zich met succes op deze oudere rechten beroepen waardoor het gebruik toch is toegestaan.
Dat is precies wat de Britse DJ ook deed, De Britse DJ voerde namelijk aan dat hij de naam ‘Rossi.’ al vóór de merkregistratie in 2022 in het economisch verkeer gebruikte, onder meer via optredens, contracten, social media en merchandising. De voorzieningenrechter achtte dit voorgebruik voldoende aannemelijk.
Is een artiestennaam ook een handelsnaam?
De Nederlandse DJ op zijn beurt beriep zich op oudere handelsnaamrechten, stellende dat hij al sinds 1990 onder de naam ‘DJ Rossi’ opereert.
De rechtbank ging hier echter niet in mee en benadrukte dat een artiestennaam niet automatisch kwalificeert als handelsnaam. Daarvoor is vereist dat de naam duurzaam en commercieel wordt gebruikt als aanduiding van de onderneming. Of daarvan sprake was, kon in dit kort geding niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De discussie hierover leende zich volgens de voorzieningenrechter niet voor een kort geding.
Voorlopige voorziening afgewezen
Omdat onzeker was wie de oudste (handelsnaam)rechten had en de geldigheid van het merk onderwerp was van een lopende doorhalingsprocedure, zag de rechtbank geen aanleiding om vooruit te lopen op de uitkomst daarvan en wees de gevraagde voorzieningen af.
Conclusie
Bij geschillen over artiestennamen geldt: registratie helpt, maar het gebruik is vaak doorslaggevend. Wie zijn rechten/gebruik niet goed kan aantonen, staat in kort geding al snel met lege handen.