Ook in spoedgevallen
jouw New Legal partner.
Spoednummer: 06-51 94 11 54
TLG – Kantoor AMSTERDAM

TLG – Kantoor AMSTERDAM

De Lairessestraat 107
1071 NX Amsterdam

TLG – Kantoor Den Haag

TLG – Kantoor Den Haag

Badhuisweg 84
2587 CL Den Haag

TLG – Kantoor Rotterdam

TLG – Kantoor Rotterdam

Veerkade 1
3016 DE Rotterdam

Auteur: Pim Trooster Gelezen: 1194

Kunnen auteurs en artiesten nu eenvoudiger van hun contract af?

Wet versterking auteurscontractenrecht

Per 1 januari 2026 is de Wet versterking auteurscontractenrecht in werking getreden. Deze wetswijziging beoogt de contractuele positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars structureel te verbeteren. Naar onze mening is een van de belangrijkste wijzigingen dat de wetgever voor auteurs en artiesten de mogelijkheid heeft gecreëerd om een exploitatieovereenkomst op te zeggen wanneer hun werk onvoldoende wordt geëxploiteerd.

De wetgever heeft daartoe per 1 januari 2026 de tekst van artikel 25e Auteurswet aangepast. Het oude artikel 25e Auteurswet bood auteurs en artiesten al de mogelijkheid om bij onvoldoende exploitatie een exploitatieovereenkomst te ontbinden. Door de wetswijziging is het woord “ontbinden” vervangen door “opzeggen”.

Dat lijkt een kleine wijziging, maar heeft belangrijke gevolgen. Bij opzegging hoeven reeds verrichte prestaties niet ongedaan te worden gemaakt. Bovendien is het mogelijk om uitsluitend de exclusiviteit van de overeenkomst door middel van opzegging te beëindigen.

Het Golden Earring-arrest

We vroegen ons af hoe deze wetswijziging zich verhoudt tot het arrest van de Hoge Raad inzake Golden Earring.

In dit arrest bevestigde de Hoge Raad dat voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomsten in beginsel opzegbaar zijn, ook indien de overeenkomst of de wet niet expliciet in een opzeggingsregeling voorziet. De Hoge Raad benadrukte echter dat dit geen absolute regel is.

Voor exploitatieovereenkomsten als in de Golden Earring-zaak geldt volgens de Hoge Raad in beginsel dat voor opzegging een voldoende zwaarwegende grond nodig is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan dat anders zijn. Het vereiste van een zwaarwegende grond kan bovendien aan gewicht verliezen naarmate een exploitatieovereenkomst langer heeft geduurd en investeringen van de wederpartij kunnen zijn terugverdiend.

De Hoge Raad houdt daarmee een balans tussen enerzijds contractsvrijheid en flexibiliteit en anderzijds de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. Die belangenafweging is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de duur van de overeenkomst en de gedane investeringen.

Opzeggen bij onvoldoende exploitatie?

Uit de wetswijziging volgt dat een auteur of artiest onder artikel 25e Auteurswet kan opzeggen wanneer het werk niet of niet langer in voldoende mate wordt geëxploiteerd.

Daarbij geldt als uitgangspunt dat de auteur of artiest de exploitant schriftelijk een redelijke termijn moet gunnen om het werk alsnog in voldoende mate te exploiteren. Blijft voldoende exploitatie binnen die termijn uit, dan kan de auteur of artiest onder de voorwaarden van artikel 25e Auteurswet de overeenkomst geheel of gedeeltelijk opzeggen.

De Wet versterking auteurscontractenrecht sluit daarmee aan bij een ontwikkeling die ook in de rechtspraak zichtbaar is, maar geeft auteurs en uitvoerende kunstenaars bij onvoldoende exploitatie een specifiek wettelijk instrument.

Opzeggen bij voldoende exploitatie?

Het voorafgaande roept wel een vraag op: als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar is, waarom koppelt de wetgever het specifieke recht van artikel 25e Auteurswet dan aan onvoldoende exploitatie?

Het antwoord ligt in de begrenzing van het algemene opzegbeginsel. Hoewel duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar zijn, kunnen de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen worden gesteld. Denk aan het bestaan van een voldoende zwaarwegende grond, een redelijke opzegtermijn of onder omstandigheden een aanbod tot schadevergoeding.

Bij een exploitatieovereenkomst die naar behoren wordt uitgevoerd, kan een beroep op de algemene opzeggingsregels daarom een andere beoordeling vergen dan een beroep op artikel 25e Auteurswet wegens onvoldoende exploitatie.

Conclusie

De Wet versterking auteurscontractenrecht geeft auteurs en uitvoerende kunstenaars vanaf 1 januari 2026 een duidelijker wettelijk instrument om op te treden wanneer hun werk onvoldoende wordt geëxploiteerd.

Bij onvoldoende exploitatie kan onder de voorwaarden van artikel 25e Auteurswet de exploitatieovereenkomst geheel of gedeeltelijk worden opgezegd. Ook kan onder omstandigheden uitsluitend de exclusiviteit worden beëindigd.

Of een auteur of artiest daadwerkelijk van zijn contract af kan, zal in de praktijk afhangen van de inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het individuele geval. De wetswijziging heeft de positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars bij onvoldoende exploitatie in ieder geval versterkt.

Pim Trooster / Diederik Donk